Philip Vandenbergh, alias Philippus de Monte, geboren in 1521 te Mechelen, was een toonaangevend 16de-eeuws componist, vooral bekend om zijn madrigalen. Na zijn opleiding aan de Sint-Romboutskerk, vertrok hij naar Napels om er als opvoeder en muziekleraar te werken. Hij reisde doorheen Europa en was onder meer zanger in de hofkapel van Philips II van Spanje in Engeland.

In 1568 werd hij kapelmeester van keizer Maximiliaan II en nadien bleef hij in dienst van zijn opvolger keizer Rudolf II. Hij stierf in Praag in 1603. De Monte’s oeuvre omvat 1200 madrigalen, 320 motetten en 40 missen. De elegante stijl en de hoge kwaliteit van zijn composities werden erg gewaardeerd, ook al waren ze minder innovatief dan deze van zijn tijdgenoten Lassus of Palestrina.

De zes-stemmige Missa Aspice Domine wordt bewaard in een handschrift dat zich in München (Bayerische Staatsbibliothek) bevindt en is gebaseerd op het gelijknamige, vijfstemmige motet van Jacquet de Mantua (1483-1553).

De twee motetteksten verwijzen naar het moment waarop Maria en Jozef Jezus opdragen in de tempel. De oude Simeon, die het kind in de armen neemt, herkent Jezus als de langverwachte Messias en kan nu eindelijk heengaan. Dit is het verhaal dat bij Lichtmis hoort (2 februari). Het Nunc dimittis wordt ook de lofzang van Simeon genoemd.